Beleefd als we zijn, gooien we hem meteen een bloemetje toe: “Je bent nog maar pas bij onze club, maar je aanwezigheid laat zich al onmiddellijk voelen. Deze week werden de opties gelicht van Matias Lloci, Jordi Palacios en Andreas Spegelaere. Mooie binnenkomer, toch?” Onze gastheer countert onmiddellijk en kordaat: “O, maar daar heb ik weinig verdienste aan. Dat was al zo goed als geregeld voor ik er was”. De toon is meteen gezet. Matthias Leterme (39) laat zich kennen als een bescheiden man. Maar wel een die geen blad voor de mond neemt.
Ben je zo bescheiden “dank zij” of “ondanks” je vader Yves?
Ik kan er natuurlijk niet aan ontkomen dat ik de zoon ben van mijn vader. Voorlopig moet ik daar nog in elk gesprek nog even op terugkomen. (zijn vader, CD&V politicus Yves Leterme leidde de Vlaamse Regering van 2004 tot 2007 en was premier van België in 2008 -Leterme I- en van 2009 tot 2011 -Leterme II-, hvdp). Maar eigenlijk is dat enkel voor de buitenwereld een dingetje, wij voelden dat thuis nooit aan als iets speciaals of buitengewoons. Mensen denken dat hij een zeer afwezige vader was, maar dat klopt niet echt. Er waren natuurlijk periodes dat hij vaak uithuizig was, maar ten eerste is dat langzaam aan zo gegroeid en ten tweede voelden wij dat niet zo aan. Trouwens, er zijn ook vaders buiten de politiek die het beroepshalve heel erg druk hebben en over wie er niet wordt gesproken. Toegegeven, mijn moeder ving veel op in het gezin en onder meer daardoor voelden we ons als elk ander gezin. De leidraad binnen de familie was trouwens altijd: doe maar niet te gek, blijf maar gewoon met de voetjes op de grond. Het is een levenswijsheid die ik nu nog altijd hanteer voor mezelf en al probeer mee te geven aan mijn dochtertje.
Je kwam uit een gezin waarin sport heel belangrijk was, voetbal in de eerste plaats?
Sport was onze gemeenschappelijke passie, dat klopt. En voetbal kon ons inderdaad allemaal bekoren. Mijn vader was en is nog altijd een “die hard” supporter van Standard, mijn moeder had een boontje voor Club Brugge. Uit pure balorigheid zette ik mij van hen af door te gaan supporteren voor een totaal andere ploeg, aan de andere kant van het land: Racing Genk. Sport was dus daadwerkelijk een favoriet gespreksonderwerp aan tafel. Overigens niet alleen voetbal. We gingen regelmatig naar het toen florissante basketbal in Ieper en ook de koers boeide ons mateloos. Hoe kan het ook anders in het zuiden van West-Vlaanderen. Ik dweepte met Johan Museeuw, met Peter Van Peteghem ook. Omwille van hen ben ik zelf ook beginnen koersen. Ik kreeg een basisopleiding aan de Vlaamse wielerschool en reed wedstrijden tussen mijn twaalfde en achttiende. Uit mijn generatie kwamen heel wat profs voor: Nikolas Maes, Jan Bakelants, wijlen Frederiek Nolf. Ik koerste met die mannen, maar voelde snel dat zij stukken beter waren dan ikzelf. Koers is wat dat betreft misschien eerlijker dan voetbal. In voetbal kan je een slechte wedstrijd spelen en toch winnen. Dat bestaat niet in de koers. Kortom: ik was maar matig begaafd, won in mijn laatste jaar als junior één wedstrijd. Toen ik in Gent Toegepaste Economische Wetenschappen ging studeren, gaf ik er de brui aan. In Gent leerde ik snel dat het leven nog wat anders te bieden had dan fietsen.
Maar toch kwam je na je studie vrij snel in het voetbal terecht…
Mijn eerste werkervaring was bij de voorloper van Fluvius. Niks mis met die job, maar veel voldoening haalde ik er niet uit. In 2009 hoorde ik via via dat er bij Kortrijk, in 2008 naar de Eerste Klasse gepromoveerd, een financieel verantwoordelijke werd gezocht. Dat sprak me wel aan en ik solliciteerde. ik vermoed dat ik niet hun eerste keuze was, maar kijk: ik kreeg toch de job. Officieel heette die job Chief Financial Officer, wat eigenlijk betekende dat ik verantwoordelijk werd voor alles behalve het sportieve. Ik bespaar je de details, maar de toenmalige voorzitter van KV Kortrijk, Jean-Marc De Gryse, overleed heel plots op nieuwjaarsdag 2012. Zijn erfgenamen hadden niks met voetbal maar wilden de club niet verweesd achterlaten. Samen zorgden we zo goed als het kon om de clubwerking overeind te houden, maar de kinderen besloten toch om hun aandelen in 2015 te verkopen aan de Maleisische zakenman Vincent Tan. Op dat moment veranderde mijn takenpakket, ik werd verantwoordelijke voor zowel het sportieve als het niet-sportieve. Ik deed dat met veel overtuiging en met, mag ik zeggen, redelijk succes. Maar de club liep tegen haar limieten aan en ik zocht een nieuwe uitdaging. Die bracht me in december 2023 bij het Bosnische FK Serajevo, een club uit de portefeuille van Vincent Tan ook. De fut was er daar toen wat uit. Ik moest de club een nieuw elan bezorgen. Door voor 10 miljoen euro spelers te verkopen kon ik de club financieel ademruimte geven, zonder sportief in te moeten boeten. We werden dat jaar derde in de competitie, wonnen de Beker en dwongen Europees voetbal af. Ook het seizoen 2024-2025 verliep voorspoedig, maar de voorzitter mengde zich, tegen de afspraken in, steeds meer met het sportieve en dat was voor mij een breekpunt. In december 2025, na precies twee jaar, beëindigden we de samenwerking. Mijn vriendin baat in het centrum van Ieper een restaurant en een klein hotelletje uit (voor de geïnteresseerden: Manteka, Boterstraat Ieper, hvdp). Dat werd rond de jaarwisseling serieus verbouwd en dus was die extra “vrije tijd” welkom. Maar een tijdje geleden raakte ik weer aan de praat met Hans Van Duysen, die ik al van vroeger kende en waarvoor ik veel appreciatie heb. Het begon weer te kriebelen om in het voetbal aan de slag te gaan. Uiteindelijk heeft dat tot mijn aanstelling hier geleid.
Wat kreeg je mee als job omschrijving?
Wat ik verondersteld word te doen laat zich nog het best omschrijven als sportief directeur, sportief manager… De naam doet er eigenlijk niet zoveel toe, de praktijk telt: ik ben verantwoordelijk voor alles wat het sportieve betreft, terwijl Thomas Bernaert de leiding heeft over het extra-sportieve luik. Natuurlijk zijn er veel raakvlakken, zeker op financieel vlak. Ik voel nu al dat die samenwerking geen probleem zal vormen, we verstaan elkaar. Mijn eerste taak is momenteel, vind ik, de sportieve staf samenstellen. Daar zijn we nu mee bezig, de gesprekken lopen goed, ik zie dat positief in. Eens dat is geregeld, moet ik die mensen blijvend ondersteunen, een klankbord voor hen zijn. Samen kunnen we dan de kern samenstellen. Eerst de juiste analyse maken: wat zijn onze pijnpunten, waar liggen onze sterktes? Dan kunnen we gericht onze spelersgroep verder uitbouwen. Helaas moeten we hierbij nog altijd rekening houden met twee scenario’s. Er is immers nog altijd de administratieve sanctie van de FIFA, waardoor we alleen spelers mogen aanwerven die al in ons land aan de slag zijn. De club vecht die sanctie aan. We vinden dat die transferban ten onrechte is en willen die weg. Halen we onze gram, dan kunnen we ook spelers aantrekken uit andere competities. Het moge duidelijk zijn dat dit scenario onze voorkeur wegdraagt. Alleen: gelijk hebben is nog iets anders dan gelijk krijgen. Trouwens: wanneer volgt er een uitspraak? Is dat quasi onmiddellijk of pas een maand later, of twee, of drie…? Maar goed, we roeien met de riemen die we hebben en houden dus vast aan de twee scenario’s. Het tweede scenario zijnde, dat we enkel beroep doen op spelers die al in ons land actief zijn. Dat is niet onoverkomelijk, maar een voordeel is het natuurlijk niet.
Hoe dan ook geloof ik heel sterk in deze club. Daar zijn voldoende valabele argumenten voor: er is de infrastructuur die stelselmatig wordt vernieuwd, er is de rijke geschiedenis met onder andere twee gewonnen Bekers, de nog altijd aanwezige ervaring en know how, de altijd bloeiende jeugdwerking die er was en in ere moet en zal worden hersteld. En, dat is nog het allerbelangrijkste: de grote, stevige en gemotiveerde achterban. Met Kortrijk verloren we in 2012 de Bekerfinale in de Heizel. Ik herinner me dat nog goed, ik was toen onder de indruk van de grote opkomst van de Lokerse supporters en de positieve energie die ze uitstraalden. Ik dacht dat Kortrijk vurige fans had, maar we werden op die dag overtroefd in aantal en in decibels. Daar was ik toen jaloers op. Dat is een immens kapitaal dat er nog altijd is en dat we moeten verzilveren. Ik weet het, dat betekent dat er op dit moment vele werven zijn waar tegelijk aan moet worden gewerkt, maar daar hoop ik mijn steentje toe te kunnen bijdragen. Sporting Lokeren is wat ze in Duitsland een “Traditionsverein” noemen. Die troef moeten we uitspelen. Misschien is dat wel de meest concrete invulling van mijn taakomschrijving: de club brengen waar ze thuishoort. Daar werk ik samen met mijn ervaren collega’s vanaf nu onafgebroken naar toe.
Herman Van de Putte